De leesvertelwedstrijd 2012, een extra feestelijke 15e editie.

Door Heinke Nederlof

In de trein richting Amersfoort gaan mijn gedachten terug naar de allereerste leesvertelwedstrijd, die ik meemaakte. Ik had nog maar net zelf een eerste cursusje NGT achter de rug en keek mijn ogen uit naar die bijdehante kinderen.  En in 2000 moesten alle mensen uit Hoogeveen en omgeving met mezelf erbij, natuurlijk naar ONZE Dennis Hoogeveen. In 2003 was het op een andere manier bijzonder, mijn eigen kleinzoon deed mee, in Amsterdam in dat prachtige Tropen instituut. Massa’s kinderen die enthousiast  de koninklijke trappen op en neer renden. Hij won niet, mijn kleinzoon, maar hij had de lachers op zijn hand toen hij na zijn voordracht, resoluut het beloofde kopje thee bij  Jean Couprie opeiste. Met burgemeester Job Cohen was dat, die zei: ‘Wie is er hier nou eigenlijk gehandicapt?’

Nederland, Amersfoort, 2012 Leesvertel wedstrijd 2012, Amersfoort de Flint Foto Bob Bronshoff

 Mijn andere kleinzoon die de derde prijs won…  Prinses Laurentien, Guus Kuyer, ik heb geloof ik alle leesvertelwedstrijden meegemaakt! Met dat mooie logo nog van Gert-Jan de Kleer. Station Amersfoort. Eerst ergens koffie drinken op weg naar de Flint, want ik ben vroeg, ik wil voor geen goud de aankomst van de bussen missen. Ik denk: Zou die bus ook weer komen, met mensen uit de Gelderhorst? Waar mijn moeder nog 8 jaar heeft gewoond… Hoe zouden mijn vader en moeder zo’n leesvertelwedstrijd vinden? Wat een raar woord eigenlijk: Leesvertelwedstrijd. Het bekt niet. Maar wat moet je dan zeggen? Boekgebaarwedstrijd? Ik mijmer voort, in de zon.

Mijn vader en moeder… zij moesten op de Rotterdamse Inrigting voor Doofstommen Onderwijs de helft van hun lagere schooltijd vullen met het leren van die moeilijke nederlandse taal , het leren spraak maken en spraak afzien. En dat nog wel met de beste bedoelingen . Talloze malen een kaars uitblazen om de letter P te leren. Een vinger op je tong, die net een sigaar had vastgehouden. Al die tijd konden ze geen andere kennis op doen. Toch waren ze toen tegen de” Taal der handen”, zij mochten die niet leren, wij hun  kinderen dus ook niet. Ik voel soms nog dat gebaar van mijn moeder op mijn handen “doe weg die gebaren”. Voor de grap zeg ik wel eens, dat alleen voor mijn vader en moeder die orale opvoeding uitgevonden was. Ze hebben zich er wonderwel mee gered. Ze hadden het geluk een goede stem te ontwikkelen, konden onvoorstelbaar  goed liplezen en soms merkten omstanders niet eens dat ze doof waren. Ze schreven foutloos nederlands en ik vond dat als kind heel gewoon.

Toch weet ik absoluut zeker, dat is zo raar, dat mijn vader zo’n leesvertelwedstrijd prachtig gevonden had en dat hij met trots en verwondering vast ook een beetje jaloers zou toekijken.  Zat hij maar naast mij.

Actie! De koffie is op en de zon is trouwens ook al een poosje weg. Niet eens gemerkt. Ik loop buitenom de gracht, langs een stuk oude stadsmuur, dat past goed bij het onderwerp van vandaag: ridders en prinsessen, het Muiderslot. Dan sta ik voor De Flint.

Daar komen de bussen! Ik ben net zo vol verwachting als de kinderen erin.

Een dubbeldekker; de deur gaat open. Terwijl tientallen kinderen druk  gebarend naar buiten buitelen, hoor je alleen maar  het brommen van de motor. Spandoeken worden ontrold, de eerste foto’s gemaakt. Dat moet Guyot zijn, duidelijk. Een oranje bus, daar komt Zwolle. Ik word meteen geknuffeld door twee oude bekenden. Nog twee bussen. Een vijfde  bus blijft maar even op de brug over de gracht wachten tot er een plaatsje vrij is, maar daar nemen de inzittenden geen genoegen mee. Eruit, naar de Flint. De dubbeldekker wil ruimte maken, maar voert een ingewikkelde dans  uit met de bus met de wachtende bus om elkaar op de brug te kunnen passeren.

We mogen naar binnen en laten de opgewonden jeugd in een vak van de draaideur voorgaan. Dat geeft even een opstopping. De kinderen denken dat de deur vanzelf draait, maar het blijkt dat je moet duwen. Alles verhoogt de feestvreugde en de verbroedering. En het eigenlijke feest is nog niet eens begonnen.

Tijd genoeg om de vertrouwde informatiestandjes te bekijken van Gebarencentrum, Fodok en Woord & Gebaar. Nieuw is die van het Jean Coupriefonds, heel goed. In de rij voor de WC begroet ik oude bekenden: hé, ben jij er ook? hoe gaat het? Is Jan er ook? Nee niet gezien…veel gezwaai, veel botsingen, ‘pas op je koffie!’ Als de lichten in de gang knipperen, gaat de zaal open. Iedereen zoekt een mooi  plekje. Wat een veelbelovend decor, een kasteel, banieren, vaandels.

Gardy van Gils  is de presentatrice van deze speciale vijftiende aflevering, maar er is ook een schitterende videofilm gemaakt, die ons terugvoert naar het Muiderslot van de allereerste Leesvertelwedstrijd. Niet alleen de filmbeelden waren prachtig, ook het toneelspel was uit de kunst: professioneel en duidelijk geregisseerd. In perfecte timing speelden de acteurs op het toneel samen met de acteurs op het scherm. Petje af.

Op geschikte momenten werd de handeling stopgezet en kwam er een finalist  op het toneel. Voor hen was het misschien wel zwaar om zo lang te moeten wachten en hun spanning vast te houden. Ze konden niet weten wanneer ze aan de beurt waren, ook omdat de verwachte volgorde in het programma niet werd aangehouden. Maar aan hun presentatie was dat niet te merken. Ik was blij dat ik niet in de jury zat, want ik vond alle deelnemers deze keer gelijkwaardig. Ik besefte dat ik te weinig gebarentaal beheers om goed te kunnen oordelen. Wel dacht ik even: waren er vorige keren niet  meer toppers,  echte uitschieters? Gaat het invoelen niet een beetje ten koste van de vaart van het verhaal?  Maar ach, allemaal waren ze goed en zo snel dat er af en toe een gebaar ingeslikt werd geloof ik. Dat losten de tolken wel creatief op. Deze laatsten interpreteerden (leuk woord in dit verband) gelukkig wat minder dan ik vroeger wel eens had gehoord. Ik genoot van opmerkingen van kinderen in de zaal over de verhalen: ‘wat zielig!’ of ‘gemeen zeg’. Roerend vond ik de bezorgde vraag van een doof meisje in de rij voor mij aan haar kennelijk horende vriendinnetje: ’begrijp je wel?” Misschien realiseerde zij zich niet dat er ook stemtolken waren. Van mij krijgen alle zeven kandidaten de eerste prijs. Het is een goede beslissing geweest indertijd om maar één leerling per school mee te laten doen. Zo komt ieder voor zich meer tot zijn recht. Het valt me op dat iedere wedstrijd veelal dezelfde mensen  meewerken achter en voor de schermen. Mijn ouwe horende oren hadden wel een beetje last van al het onnodige geluid in de zaal. En dan bedoel ik natuurlijk niet de enthousiaste steunbetuigingen van de meegereisde supporters.

In de lange pauze was er ruim baan voor communicatie. Het personeel van De Flint zal niet zo enthousiast geweest zijn vanwege de rommel, maar ze bleven alleraardigst. Tot mijn stomme verbazing zag ik kinderen in het kastje duiken waar de programma’s en stembiljetten lagen. Blijkbaar waren niet alle formulieren op en zo konden ze  een extra consumptie bon roven en ook extra stemmen. Ik hoop maar dat het er niet al te veel waren. Trouwens, hoe zouden we de uitslag van de publieksstemming  te horen krijgen? Heb ik iets gemist? Voor de deelnemers zal de pauze wel lang geduurd hebben!

Na een uur knipperden de lampen in de gang: terug naar de zaal. Maar nog was daar de uitslag niet. Nee, weer film en Martin Koning die extra aandacht vroeg voor iemand die vanaf het begin een dragende rol heeft gespeeld bij alle leesvertelwedstrijden, namelijk Jean Couprie. Hij werd letterlijk en terecht  tot koning gekroond en  de zaal juichte hem van harte toe.

En toen eindelijk voerde de videofilm ons naar het beslissende moment: de prijsuitreiking. Een van de acteurs probeerde nog de medailles achterover te drukken maar alles kwam goed. Nadat de spanning weer gruwelijk werd opgevoerd, mocht Roeland van der Mijn, slotbewaarder van het Muiderslot de prijzen uitreiken. Hij was er speciaal voor uit Duitsland teruggekomen. Haast symbolisch was zijn toespraak alleen te volgen voor goede verstaanders van gebarentaal, want hij had wel een gebarentaal, maar geen microfoon.

Uiteindelijk kregen gelukkig alle deelnemers een kolossale beker. Wat een feest! De jury bestond dit jaar uit bijna alle prijswinnaars van voorgaande jaren (dus van 12 tot  27 jaar oud) en die kwamen ook nog even op het toneel. Tot slot daalde uit de hoogte over al die mensen en de zaal een gekleurde ballonnenpracht neer.

Na afloop hoorde ik dat mijn ooit deelnemende kleinzoon nu op zijn beurt een finaliste had begeleid. Dan krijg je toch het innig tevreden gevoel dat de circel rond komt. Op de weg terug, thuisgebracht door mijn bloedeigen zoon, dacht ik, zoals alle veertien keren daarvoor: Dit was de allermooiste leesvertelwedstrijd van allemaal. Op naar de volgende!

Fotografie Bob Bronshoff