16de finale Leesvertelwedstrijd

Door Heinke Nederlof 

Net als vorig jaar, zit ik weer in de trein naar Amers­foort, waar in theater De Flint de zestiende Lees­vertelwedstrijd plaatsvindt. Vol verwachting ben ik en ik realiseer me dat ik absoluut niet de enige ben. Van alle kanten uit het land gaan weer dove kinderen op reis. Met de trein, met de bus, met de auto. Een enkele deze keer zelfs als deelnemer, vol spanning. Met hun opa’s en oma’s, vaders en moeders, familie en buren. Sommige mensen zullen voor de allereerste keer deze samenkomst tussen doof en horend Nederland meemaken. Ik denk terug aan Job Cohen. Hij was ooit hoofdgast bij de Leesvertelwedstrijd en zei bij die gelegen­heid: “wie is er hier nu eigenlijk gehandicapt?” (En spring me nu niet onmiddellijk op de nek, dat do­ven niet gehandicapt zijn. Dat wordt helemaal niet bedoeld, er wordt in bewondering gezegd, dat juist die mooie gebarentaal alle verschil maakt). Je bent als horende een sprakeloze toerist op deze jaarlijkse feestbijeenkomst.

Nederland, Amersfoort, 2013 Leesvertelwedstrijd 2013 Foto Bob Bronshoff Voorbereiding

De zeven finalisten met hun supporters hebben maanden van voorbereiding achter de rug. Ik vroeg er Joep van Vlodrop naar, die ik nog ken uit de on­vergetelijke Bakkeveentijd. Hij is meester op de ba­sisschool in Haren en begeleider van een van de finalisten. Ze beginnen al voor Kerst in groep 7 en 8 met de voorrondes. De hele klas doet mee. Eerst een boek kiezen, liefst een spannend gedeelte. Kan dat fragment ook goed verbeeld worden? Na de kerstva­kantie is het iedere week een uur oefenen. “Denk aan de mimiek, aan rol nemen, aan je lichaamshou­ding.” En dan die vreselijke classifiers. Het woord alleen al. (Ik hoor af en toe iemand klasse vier zeg­gen, dat is toch geen wonder. Ach koos men toch maar voor dat mooie duidelijke Nederlandse woord “kameleonhand” uit het boek ‘Gebarentaal’….. )

De collega-docenten op de dovenschool in Haren leven mee en er is ook een jury met onder anderen de deelnemer/winnaar van vorig jaar. Sommige leer­lingen hadden het geluk thuis extra te kunnen oefe­nen, bijvoorbeeld met een oudleerling. “Het mooiste is als de kinderen een eigen stijl ontwikkelen, zodat je niet zo duidelijk meer ziet, wat de docent heeft aangeleerd”, vindt Joep. “Daar moet je hard voor werken.” Hij is trots op al zijn kinderen. Dat is ook winst, dus iedereen wint erbij.

De Flint

Het is goed dat ik vroeg in Amersfoort ben. Ik moet 20 minuten op lijn 5 wachten en als ik dan uitge­stapt ben, word ik zowat meteen geschept door een schoolbus die flink rechts uitzwenkt om de brug naar de Flint te nemen. Oei… Gelukkig gaat het net goed. Zo, ik ben er. “Ha, hallo,” kus kus, “jij ook weer?” De deur is nog niet open. De bus uit Groningen is er al, ik sta naast een nu al stralende opa, die waarachtig de opa van de winnaar wordt. Maar zo ver is het nog niet, het is nu kwart over twaalf!

Naar binnen. De grap van telkens even de draaideur tegenhouden doet het ook dit jaar weer goed! Genieten van de nog zeer schone toiletten, ruimte genoeg bij de koffie en de kersverse gevulde koek, die ik me nog goed herinner van vorig jaar. Gauw de koffie veilig wegzetten, voordat ik een goedbe­doelde dreun krijg van een rugzak of een breed ge­barend persoon. Programma lezen. Wat ziet dat er mooi uit, een bewaarboekje, we gaan op taalreis. Dan de stands bekijken, ze zijn er allemaal weer, Gebarencentrum, de JC, de Jean Couprie Toneelclub, Woord & Gebaar, een Dovenoppas Centrale, de FODOK, Uitgeverij Van Tricht en mis­schien vergeet er ik nog wel eentje. Wat een feest en het is nog niet eens begonnen. Toen ik nog jeugdbibliothecaresse was, vond ik voorleeswedstrijden voor horende kin­deren al zo kostelijk en nu zijn ze er voor dove kinderen, voor de zestiende keer.

De ganglampen knipperen. We mogen de zaal in. De kinderen hebben een ring met een rood geel groen blauw knipperlampje gekregen, een leuke vondst. Wat een schitterend veelbelovend decor. Geheimzinnige apparaten en instrumenten, lampen, glim­mende dingen, in het midden een zware deur met een draaiwiel. Links staat een enorm soort gymnastiek toestel, het lijkt op een ‘paard’ met een railing er op. Ik verwacht dat daar straks Bassie uit komt stappen (maar dat is niet zo). Op een groot scherm midden boven komen in een film de acteurs Ali Shafiee en Edwin Kooijman aangereden om te stranden op het echte toneel. De deur blijkt van een teletijdmachine. Telkens tussen twee finalisten gaan we op taalreis terug in de tijd, te beginnen in de oertijd, zonder taal, huh. Edwin krijgt de taak telkens in de tijdmachine te ver­dwijnen en snel te veranderen in een figuur uit een andere tijd. Welke tijd is te lezen op het kleinere scherm.

De finale

Eerst introduceert Ali de deelnemende scholen en de jury. Dan mag Emma het spits afbijten van de finalisten, altijd moeilijk om te beginnen. Ik ben blij dat ik niet in de jury zit, ik zou niet kunnen kiezen. Als ik al stilletjes voor mezelf kies, dan wordt dat toch nooit de winnaar. Volgens mij zijn de deelnemers nog weer beter dan vorig jaar, rustiger, ze houden hun handen zo mooi. Kunnen we niet een wedtrijd houden met zeven eerste prijzen? Ik betrap me er op dat ik ook meeweeg of het verhaal mooi is. Voor mensen die weinig gebarentaal beheersen zou het fijn zijn als de vertaling parallel liep aan de gebaren. Bij een verhaal uit een boek moet dat kunnen, maar het zal wel niet mogen.

Het moet ondraaglijk zijn om zo lang te wachten op je beurt, maar je merkt dat niet aan de deelnemers. Knap hoor, zo gecon­centreerd zijn. Ali heeft telkens even leuk contact met allen. Duurt het toneelspel wat te lang? Ik vind zelf van niet, ze spelen zo goed en de zaal neemt het prima op. Ik zie meer volwassenen met hun telefoontje in de weer dan kinderen (oeps, dat heb ik niet gezegd).

Versta ik goed, dat de tolk salami zegt bij de Arabier en “ rare chi­nezen”? Nee toch? Tot mijn schrik vertaalt hij de groet van Caesar of de Romeinse officier ‘ave’ (wat gewoon ‘hallo’ betekent), door ‘heil’. Dat kan toch niet? Of ben ik nou ineens overgevoelig om­dat ik zo oud ben dat ik de oorlog heb meegemaakt? Ik vind dat Edwin en Ali juist zo mooi net op de grens blijven van leuk en niet-discrimineren, terwijl ze toch veel vreemde mensen en cul­turen over het voetlicht moeten brengen. Discrimineren zou toch wel het laatste zijn wat we willen. Ik ben even in de war door de hindi-monniken met yoga en een 2 is toch juist geen Romeins cijfer? Maar goed, wie daar op let is een kniesoor. Wat een werk hebben ze gehad, wat een voorbereiding.

Prijzen

Na de pauze is de prijsuitreiking, maar eerst doen we met zijn alleen een leuke dans met gebaren onder aanvoering van Serhat Agacan. Het refrein hebben we voor de pauze geoefend en na de pauze staat de hele zaal het nummer mee te gebaren. Iedereen doet mee.

En dan komt Bassie de hoofdgast de prijzen uitreiken.. O, wat moet degene die in het programma zo enthousiast over hem schreef teleurgesteld zijn. Anders ik wel. Ik kon er niet naar kij­ken, maar dat deed ik wel, met gekromde tenen. Zoals hij daar stond, hulpeloos in oude glorie. Ik hoop zo dat de kinderen het wel leuk vonden. Ik durfde niet rond te kijken. De finalisten op het toneel waren hoop ik te veel afgeleid door ales wat er gebeur­de. Wat een treurige komedie van misverstand en gehannes met tolken. Niemand kon er in mijn ogen iets aan redden, maar de feeststemming bij de kinderen leek er niet onder te lijden.

Op de terugweg zag het raam in mijn trein eruit als het scherm in de zaal en liet ik alles nog eens aan mij voorbijtrekken, in omge­keerde volgorde. Zo kwam ik toch weer blij en voldaan thuis en dat wens ik iedereen toe. Het was weer een prachtige feestdag geweest.

Fotografie: Bob Bronshoff