De leesvertelwedstrijd 2014, Prachtig circus

Door Heinke Nederlof 

Telkens weer kom je mensen tegen – ook van wie je het helemaal niet verwacht – die maar aannemen dat dove mensen wel veel zullen lezen. “O wat fijn dat er boeken zijn”. Als je de taal niet kunt horen, kun je die immers fijn lezen, denken zij. Natuurlijk is lezen heerlijk. Je kunt je eigen ervaring vergelijken met die van een ander. Je kunt woorden vinden om te de- len wat je voelt. Je kunt te weten komen, hoe anderen over iets denken. Je kunt in de huid van een ander kruipen. Je kunt negen levens leven. Je kunt je wereld groter maken, alleen nog maar thuis met een boekje in een hoekje. Of iemand – toch een goede vriend – zegt: “Hé, ga je naar een leesvertelwedstrijd? Interessant zeg.” En na een korte stilte: “doen de dovenscholen dan niet mee aan de Nationale Voorleeswedstrijd…?” Tja. Laat al die mensen vooral naar Amersfoort gaan!Verplicht!

Nederland, Amersfoort, 2014 Leesvertel-wedstrijd 2014, de Flint, Amsersfoort Foto Bob Bronshoff

Voor een horend mens bestaat taal uit horen, luisteren en spreken, schrijven en lezen. Een horend kind leert een taal lezen, die het zijn leven lang om zich heen heeft gehoord en zelf gesproken. Een doof kind moet die schrijftaal leren terwijl het de spreektaal niet kent. En dat heeft niets te maken met verstand, maar met kennis van woorden. Je moet iets gezien hebben, iets moet tastbaar zijn om het te begrijpen, te grijpen in die kleine zwarte tekentjes die letters zijn…Ik schrijf het hier nog maar even op voor al de mensen die we naar Amersfoort willen sturen. Om iedereen te laten lezen hoe groot de prestatie is, die geleverd moet worden. Het begint al bij de ouders, die zich – in 90-95% van de gevallen – eerst dit inzicht eigen moeten maken én ook de gebarentaal moeten leren! Wat een geluk dat die er nu is, dat gebarentaal nu mag en officieel onderwezen wordt op de scholen. Deze taal kan nu als voertuig dienen naar het lezen.  Al is het gebarentaalonderwijs nog maar 20 jaar jong en moet er dringend meer geld en gelegenheid komen voor jonge ouders om deze taal zo snel mogelijk te leren.En waarachtig, ze zijn naar Amersfoort gekomen! Al die mensen, dat moet haast wel.

Zoveel mensen, zoveel bussen staan voor de Flint. Hier begint voor de 17de keer het feest. Er moet sinds de eerste keer in 1998 veel veranderd zijn, verbeterd. Er zijn sindsdien boekenseries Makkelijk Lezen gekomen en de gebarentaal is ingeslepen. Iemand zou de dvd’s van alle jaren achter elkaar moeten zetten en bestuderen.Circus is het goedgekozen onderwerp, de deuren gaan open. In de brede gang zie je al meteen kleine steltlopers en acrobaatjes dapper in de drukte hun kunsten vertonen. Het was trouwens voor iedereen een kunst om zijn kopje koffie te beschermen tegen gebarende armen. Of als men zich omdraaide om je galant door te laten: gevaarlijk die rugzakken.En dan: het licht flitst, de zaaldeuren gaan open. Een mooi toneelbeeld met links de ingang naar een circustent en clowns  en acrobatenattributen  voor het grote scherm. De zaal tintelt van verwachting, kinderen zetten een yell in met de naam van hun favoriet, dat heb ik nog nooit eerder gehoord. Spandoeken, veel spandoeken, prachtige grote, die duidelijk groepswerk zijn. Wat is er al op iedere school van tevoren gewerkt en gedaan! Daar had ik ook wel eens een kijkje willen nemen.Een clown maant tot beginnen, het is tijd. De opkomst van de circusdirecteur als robot op een lorrie was een vondst, was hij echt echt? “Hij doet ‘t!”, riep een jongetje in de rij, half verschrikt, half opgelucht.

De verbindende grap tussen de zeven finalisten is, dat de clown tot wanhoop van de circusdirecteur geen enkele kunst tot een goed einde brengt. Ik hoopte iedere keer voor de arme man, dat het nu wel zou lukken en de zaal ook. Je hoorde niet: wat stom, maar vaak: “Wat zielig.” Lief toch? Iedere finalist krijgt een rood neusje aan het eind. (Die iedereen ook stiekem weer gauw af deed bij de trap!) Tijdens een kandidaat met een stille voordracht, was er een ongelofelijke herrie op de balkons. Dat moest toch niet mogen. Bij een andere kandidaat ging het verhaal over ‘een pil krijgen en daarna

goed dansen’, dat heb ik toch niet goed gehoord?! Ik probeer de verhalen te volgen zonder naar de tolk te luisteren, dat valt me niet mee (van mezelf). Knappe kinderen. Later komt er een lief klein clowntje helpen bij de tussenstukken, die de kunstjes wel kan. Heerlijk wensvervullend voor het jonge publiek. Een balletje gaat van hand tot hand door de mouwen van nummer één naar nummer twee en eindigt bij drie. “Pffoeh”, klinkt een stem in de zaal: “makkelijk. Gewoon een magneet.” Na de voordrachten van alle zeven finalisten is het pauze. Tijd om bekenden op te zoeken en standjes te bekijken. Verbeeld ik het mij, of zijn er meer doven en minder ‘onbekenden’ bij dit feest? Geen oma’s en tantes voor de eerste keer?

Na de pauze een meesterlijk optreden van jongleurs met verlichte ballen en kegels. Ze zijn toch nog gekomen! Het is een spectaculair gezicht, dit optreden in het donker. De kinderen in de zaal klappen en stampen mee met de muziek. Dat is ook nieuw. En dan: de prijsuitrijking! Wat moeilijk! Juryvoorzitter Sarah Muller maakt de uitslag bekend. Ik ben zoals gewoonlijk blij dat ik niet in de jury zit. Het zijn allemaal deskundige gebarentaalgebruikers. Ook de winnaar van vorig jaar is lid van de jury. Ik zou iemand anders gekozen hebben en zo heeft iedereen zijn eigen favoriet. Dat betekent alleen maar winnaars dus. Bij het programma was een enquête uitgereikt. De sponsors willen graag weten of we het evenement geslaagd vinden. Dus iedereen wilde die wel graag invullen. De leesvertelwedstrijd moet blijven! Eén van de vragen in de enquete was of wij de Flint een goede plek vonden. Ik dacht na afloop: zou de Flint ons wel willen?! Wat een puinhoop! Zou het geholpen hebben als de circusdirecteur iets van opruimen zou hebben gezegd? Maar als ik dan denk aan de verjaardagsfeestjes bij ons thuis vroeger… met ook zo veel snoep… dan denk ik niet dat dat geholpen zou hebben. Woorden, daar begon dit verhaal mee. Gebaren zag ik overal om me heen daar in de Flint. Woord & Gebaar, daar gaat het om.

Fotografie Bob Bronshoff